Het aandeel Thyssenkrupp beleefde in 2025 een achtbaanjaar: enorme stijging vóór de afsplitsing van TKMS en stevige schommelingen erna. Hier vind je alle feiten: koers, gebeurtenissen, staalproblemen, analistentargets en toekomstige katalysatoren.
WAT GEBEURDE ER MET NVIDIA-AANDELEN
Nvidia heeft zojuist alle “AI-bubbel”-verhalen een vrij directe reality check gegeven met een Q3 FY2026-rapport dat meer lijkt op een raketlancering dan op een normale kwartaalupdate. Na weken vol krantenkoppen over Chinese exportregels, politiek lawaai uit Washington en zwaar gehedgede opties, gleed het aandeel zo’n 18% terug vanaf de piek in oktober en ongeveer 8% in november, net vóór de cijfers. De consensus op de beurs: dit zou het eerste “digestie”-kwartaal worden, met nog steeds goede, maar duidelijk afkoelende groei. In plaats daarvan kwam Nvidia met 57,03 miljard dollar omzet, 51,2 miljard dollar uit Data Center, een non-GAAP brutomarge van 75% en krankzinnige Q4-guidance rond 65 miljard dollar. Na sluiting schoot het aandeel ruim 7% omhoog, premarket handelt het rond 153–154 dollar en de marktkapitalisatie staat opnieuw boven de 5 biljoen dollar. Hieronder de hele film, in het Nederlands nagesynchroniseerd: van daling naar doorbraak, wat de cijfers écht betekenen en hoe je dit als Nederlandse belegger in je eigen playbook kunt inbouwen.
Van daling naar doorbraak
Om te begrijpen wat er met Nvidia-aandelen is gebeurd, helpt het om het verhaal in twee bedrijven op te delen. In bedrijf één krijg je pure euforie: een marktkap boven 5 biljoen dollar, nieuwe all-time highs en een gevoel dat het aandeel “onverslaanbaar” is. In bedrijf twee volgt de correctie: een reeks geopolitieke krantenkoppen, nerveus options-flow en een brede de-risking van het hele AI-thema duwen de koers in een paar weken tijd fors omlaag. Tegen de avond van 19 november, vlak voor de cijfers, voelde het alsof de markt zich had klaargelegd voor een “prima, maar minder spectaculaire” kwart: geen crash, maar wel een bocht in de groeicurve.
Van 5 biljoen naar nerveuze november
Eind oktober leek Nvidia untouchable. Het aandeel sloot voor het eerst ooit met een marktkapitalisatie boven 5 biljoen dollar, noteerde rond de 208 dollar en tikte kort daarop een nieuw record aan. Op Reddit kroonde de retail crowd het aandeel tot “AI king forever”, half cynisch, half serieus. Voor veel Nederlandse beleggers met een paar Nvidia-stukjes in hun DeGiro- of Interactive Brokers-account voelde het als: dit is de locomotief van de AI-trein, alles daarachter is een wagonnetje.
Toen kwamen de krantenkoppen waar niemand zin in had. De South China Morning Post meldde dat Beijing stilletjes alle buitenlandse AI-chips in staatsdatacenters had verboden – verstopt in een document van 47 pagina’s, maar algoritmes en macrofondsen lezen vooral de titel. Tegen tien uur ’s ochtends in New York stond Nvidia al zo’n 4% lager. Later op de dag bevestigde het Amerikaanse ministerie van Handel tegenover Reuters dat Blackwell-GPU’s “op dit moment” op de exportblacklist voor China blijven staan. Fundamenteel is China nog maar goed voor lage enkelcijferige percentages van de Data Center-omzet, maar psychologisch is het een herinnering: politieke risico’s kunnen je multiple in één middag een tik geven.
Daar bovenop kwam politiek lawaai uit de VS. De Wall Street Journal berichtte dat het overgangsteam rond Trump overheidsdiensten zou hebben meegegeven dat er “geen reddingspakket voor de AI-industrie” komt. Intussen kwam Nvidia zelf met micro-positief nieuws – een persbericht over deals met Samsung, Deutsche Telekom en Nokia om 5G+AI-workloads op Blackwell te draaien. De koers sprong kort zo’n 1% in de nabeurs, maar leverde dat de volgende sessie gewoon weer in. De boodschap: productnieuws is leuk, maar op dat moment was het macroverhaal de baas over de koers.
Opties, gamma en een AI-sector die mee omlaag glijdt
Onder de oppervlakte verschoof het zwaartepunt naar de optiemarkt. Het volume in putopties ging hard omhoog, vooral in kortlopende contracten met uitoefenprijzen rond 195–188 dollar. De dealers die deze puts hadden geschreven, kwamen in klassieke negatieve gamma-territorie terecht: naarmate de koers daalde, moesten ze extra aandelen of futures verkopen om delta-neutraal te blijven. Dat versterkt de beweging naar beneden: hoe meer het daalt, hoe meer ze moeten verkopen. Kleine krantenkop + negatieve gamma = grote koersreactie.
Tegelijk begon de rest van de AI-keten te schuiven. CNBC meldde dat AMD, Broadcom en Marvell in één sessie 5–7% lager stonden. Dat is het signaal dat institutionele beleggers niet alleen hun Nvidia-exposure verlagen, maar hun hele “AI-basket” terugschroeven: accelerators, networking, geheugen, alles tegelijk. Long-Nvidia/short-peers-pairs werden kleiner gemaakt, factor- en indexfondsen verkochten gewoon mee. De koers van Nvidia bewoog van bijna 212 dollar naar onder de 192, en testte vervolgens de hoge 180-zone.
Halverwege november zat het aandeel grofweg 18% onder de top van oktober en rond 8% onder de lokale piek van de maand – precies op het moment dat het Q3-rapport voor de deur stond. Geen paniekstand, maar wél voldoende om de toon van “onkwetsbare AI-leider” te verschuiven naar “dit kan het kwart worden waarin de realiteit wat normaler wordt”.
Waar was de markt vóór de cijfers bang voor?
In de dagen voor 19 november klonk de consensus ongeveer zo: de AI-infrastructuurboom is enorm geweest, maar geen enkele investeringsgolf blijft eeuwig exponentieel. Exportbeperkingen richting China zouden de vraag naar Hopper aantasten, klanten zouden bestellingen opschuiven tot Blackwell echt draait, de nieuwe architectuur zou marges drukken en AI-capex zou van “parabool” veranderen in “hoge maar vlakkere lijn”. In zo’n scenario hoeft Nvidia geen “slecht” kwartaal te rapporteren om pijn te doen; een hint van vertraging in de guidance kan voldoende zijn voor multiplecompressie.
In die context is een koers van 144,86 dollar op de dag van de earnings minder een signaal van structurele zwakte dan een uitdrukking van: verwachtingen zijn teruggeschroefd van “alles gaat alleen maar sneller” naar “laten we iets voorzichtigere aannames maken”. Beleggers hadden hun spreadsheet al een tandje conservatiever gemaakt, nog vóór er één regel uit het Q3-rapport op hun scherm verscheen.
De pre-earnings checklist
Positionering: veel retail, veel quant en veel optiestromen maakten Nvidia extreem gevoelig voor narratiefschokken – zowel positief als negatief.
Waardering: een marktkap boven 5 biljoen dollar betekent dat de markt al een volledig AI-decennium in de prijs had gezet; elke scheurtje in het verhaal weegt dan zwaar.
Regelgeving & politiek: exportcontrole, Amerikaanse verkiezingsretoriek en geopolitiek rond halfgeleiders verhoogden de impliciete risicopremie op de hele sector.
Sectortape: zwakte in andere AI-namen hintte op breed de-risking in plaats van een puur Nvidia-specifiek probleem.
Whisper vs. consensus: officiële modellen waren nog optimistisch, maar de fluisterlijn verschoof van “doorgaan met versnellen” naar “eerste tekenen van normalisering” – precies het soort nuance waar een duur aandeel niet van houdt.
Met die backdrop was de lat voor Q3 FY2026 hoog én vreemd genoeg laag tegelijk: hoog qua absolute cijfers, laag qua sentiment. Juist daarom sloeg het echte resultaat in als een verrassing – de markt had gerekend op een rem, en kreeg een turbo.
De cijferschok
Op de avond van 19 november 2025 deed Nvidia precies wat de bull-kant hoopte – maar in een uitvoering waar zelfs de grootste fans niet per se op hadden gerekend. Q3 FY2026 was geen “netjes beter dan verwacht”-kwartaal, maar een print die de hele discussie over de lengte en hoogte van de AI-supercyclus naar een ander niveau tilde. Om te begrijpen waarom de koers zo hard draaide, moet je kijken naar drie dingen: de Q3-nummers zelf, de guidance voor Q4 en het kleurcommentaar op de call dat de beren-case punt voor punt uit elkaar haalde.
Q3 FY2026: de topline waar je niet omheen kunt
Eerst de simpele regel: omzet. In Q3 draaide Nvidia 57,03 miljard dollar binnen – 62% groei jaar-op-jaar en 22% kwartaal-op-kwartaal. De consensus zat in een bandbreedte van grofweg 54,8–55,3 miljard dollar. Met andere woorden: Nvidia leverde zo’n 2 miljard dollar boven de middenlijn, ondanks het feit dat de onofficiële “whisper”-verwachtingen de weken ervoor al waren opgetrokken. Voor een bedrijf dat al op 5T+ aan beurswaarde stond, is zo’n groeitempo uitzonderlijk.
De hoofdrol is duidelijk weggelegd voor Data Center. Dat segment boekte 51,2 miljard dollar omzet, goed voor +66% jaar-op-jaar en +25% kwartaal-op-kwartaal, en vertegenwoordigt inmiddels ongeveer 89,8% van de totale omzet. Gaming, Auto en Pro Viz bestaan nog, maar in de geconsolideerde cijfers zijn het afrondingsfoutjes. Voor iedereen die twijfel had of hyperscalers, ondernemingen en overheden nog vol doorduwen met AI-infrastructuur, is dit één grote datapoint met het label “ja, en hoe”.
Aan de winstkant kwam de non-GAAP winst per aandeel uit op 1,30 dollar, een beat van 0,04–0,05 dollar. De GAAP-nettowinst bedroeg 31,92 miljard dollar, circa 65% hoger dan een jaar eerder. De non-GAAP brutomarge bleef op een surreëel ogend niveau van 75,0%, vlak ten opzichte van het vorige kwartaal en ongeveer 160 basispunten hoger dan een jaar geleden – terwijl de nieuwe Blackwell-architectuur, die normaal gesproken in de opstartfase op marges zou drukken, al begint mee te draaien. De operationele kosten stegen “slechts” 18% jaar-op-jaar tot 4,83 miljard dollar, wat betekent dat de operationele leverage nog steeds van topklasse is.
Q4-guidance: geen rem, maar een hogere versnelling
Nog belangrijker voor het verhaal dan Q3 zelf was de vooruitblik op Q4 FY2026. Nvidia guidede naar 65,0 miljard dollar omzet ±2%, met een midpoint van 65 miljard. Dat impliceert grofweg 94% groei jaar-op-jaar en 14% kwartaal-op-kwartaal. De markt rekende eerder op 62,5–63 miljard dollar. In gewone taal: iedereen die dacht dat het tempo vanzelf zou vertragen, moet zijn model direct heropenen.
Kijk je naar de segmenten, dan volgt hieruit dat Data Center in Q4 vermoedelijk 59–60 miljard dollar gaat opleveren, terwijl veel analisten nog met 56–57 miljard rekenden. Dat verschil klinkt misschien klein, maar het zegt precies dit: er is geen “pauze voor Blackwell”. Klanten kopen Hopper én reserveren Blackwell tegelijk. Het is geen lineair generatietje-op-generatietje, maar een overlappende vraagcurve.
Op de call klonk Jensen Huang allesbehalve voorzichtig. Citaten als “Blackwell demand is off the charts”, “cloud provider GPUs are sold out for the next 12 months” en “we are in full production ramp on Blackwell — expect billions in revenue this quarter and tens of billions next quarter” laten weinig ruimte voor interpretatie. Voor iedereen die gewend is door managementtalk heen te luisteren, is de vertaling: we zien geen vertraging in de AI-capex; we zien een verlenging én verhoging van de cyclus, diep in 2026–2027.
Hoe de beren-case uit elkaar viel
Voor de cijfers steunde de bearish narratief op vier pijlers: China-risico, een bestelpauze van klanten in afwachting van Blackwell, margedruk door de nieuwe architectuur en de gedachte dat de AI-capexpiek zo’n beetje bereikt was. Q3 plus de Q4-guidance hebben elk van die pijlers een forse tik uitgedeeld.
China: het management positioneerde China op ongeveer 5% van de Data Center-omzet en lage enkelcijferige percentages van de totale omzet. Lastig voor de krantenkoppen, maar geen existentiële bedreiging voor de winst- en verliesrekening.
Pauze vóór Blackwell: in plaats van een stop zien we overlap. Klanten breiden bestaande Hopper-clusters uit én leggen alvast capaciteit voor Blackwell vast. Verschillende workloads, regio’s en projecttimelines zorgen voor een optelsom, niet voor een gat.
Marges: ondanks de ramp van Blackwell bleef de non-GAAP brutomarge op 75%. Dat vertelt ons dat system-level producten (NVL72/144), networking en software genoeg prijs- en waardemacht opleveren om hogere kosten te absorberen.
Capex-bubbel: met een Q4 die bijna verdubbelt jaar-op-jaar en duidelijke signalen dat hyperscalers in 2026 méér uitgeven dan in 2025, verschuift het “AI-bubbel is al geklapt”-verhaal van serieuze macrothese naar meme in de groepsapp.
Sovereign AI en uitverkochte Blackwell-racks
Minstens zo interessant voor Europese en Nederlandse beleggers is de groei van wat Nvidia “Sovereign AI” noemt: nationale en publieke AI-programma’s, waarbij landen hun eigen rekeninfrastructuur opbouwen om datasoevereiniteit en strategische autonomie te garanderen. Op de call meldde het management dat de geannualiseerde pipeline voor Sovereign AI inmiddels boven de 20 miljard dollar ligt – ongeveer een verdubbeling ten opzichte van een kwartaal eerder. Dat zijn de soort projecten met een horizon van vijf tot tien jaar, niet vijf tot tien maanden.
Aan de systeemkant is het beeld net zo extreem. Volledig uitgeruste Blackwell-racks, zoals NVL72 en NVL144, zijn voor een groot deel van 2026 al uitverkocht. De vraag is minder “komt er wel vraag?” en meer “hoe snel kunnen we dit bouwen, aansluiten en van stroom en koeling voorzien?”. Jensen noemde tijdens de call expliciet een paar zwaargewichten: Meta heeft ongeveer 350.000 extra Blackwell-GPU’s besteld voor levering in 2026; Tesla koopt Blackwell voor het Dojo-programma, waarbij Elon Musk aangaf 3–4 miljard dollar bij Nvidia te willen uitgeven in het komende jaar. Grace-Blackwell-superchips worden inmiddels naar alle grote cloudproviders verscheept.
Koersreactie: klassiek Nvidia-patroon
De reactie van de markt paste precies in het patroon dat Nvidia-volgers inmiddels kennen. Op 19 november sloot het aandeel in de reguliere handel op 144,86 dollar – een prima groene dag, maar nog altijd flink onder de eerdere records. Na de cijfers schoot de koers in de nabeurs tot circa 7,1% omhoog en tikte een intraday-piek rond 155,18 dollar aan. In de premarket de volgende ochtend werd rond 153–154 dollar gehandeld, ruwweg 6–6,5% boven de slotkoers van de avond ervoor.
Symbolisch minstens zo belangrijk: de marktkapitalisatie sprong opnieuw over de grens van 5 biljoen dollar, dit keer met een verse set harde cijfers als rugdekking in plaats van alleen vergezichten. Premarket stond de teller rond 5,07 biljoen. De novemberdip van ongeveer −8% in aanloop naar de cijfers en circa −18% vanaf de piek in oktober was in de praktijk in één nacht weggevaagd. Voor iedereen die vaker naar dit aandeel kijkt, voelt het bijna voorspelbaar: compressie in de aanloop naar earnings, gevolgd door een forse repricing zodra de werkelijkheid op papier staat.
Vijf kerncijfers die het verhaal kantelden
57,03 miljard dollar omzet in Q3, +62% jaar-op-jaar en +22% kwartaal-op-kwartaal, ongeveer 2 miljard boven de consensus.
51,2 miljard dollar Data Center-omzet, +66% jaar-op-jaar en +25% kwartaal-op-kwartaal, bijna 90% van de totale omzet.
75,0% non-GAAP brutomarge, vlak kwartaal-op-kwartaal en +160 bps jaar-op-jaar, ondanks de ramp van Blackwell.
65 miljard dollar ±2% Q4-guidance, goed voor ~94% groei jaar-op-jaar en ~14% sequentieel, ruim boven de verwachtingen van de markt.
>5 biljoen dollar marktkap, nu duidelijker dan ooit gedragen door gerealiseerde winstgevendheid én een zichtbare orderpijplijn.
Samen vertellen die cijfers een simpel verhaal: dit was geen kwart waarin Nvidia “net aan de lat voldeed”. Dit was een kwart waarin de lat opnieuw hoger werd gelegd en de sprong overtuigender was dan de meeste modellen hadden voorzien.
Wat dit nu betekent
Na Q3 FY2026 is het antwoord op de vraag “wat gebeurde er met Nvidia-aandelen?” fundamenteel anders dan een week eerder. Een door angst gedreven, door opties versterkte correctie is frontaal in botsing gekomen met een earnings-print die de AI-supercyclus eerder verlengt dan tempert. Voor Nederlandse beleggers – of je nu in individuele aandelen, ETF’s of gewoon in memes handelt – is de vraag nu minder óf AI doorzet, en meer hóe je met de volatiliteit en concentratierisico omgaat.
AI-supercyclus 2.0
Voor de cijfers was het nog redelijk verdedigbaar om te zeggen: “Ja, AI-infrastructuur is big, maar ook breekbaar.” De investeringen leken geconcentreerd bij een handvol Amerikaanse hyperscalers, onderhevig aan politiek sentiment en rente, en één stevige rem op capex had het sentiment kunnen doen kantelen. Na Q3 is het plaatje breder. Hyperscalers geven aan in 2026 méér te willen investeren dan in 2025. De Sovereign AI-pijplijn is in een kwartaal verdubbeld. Volledige Blackwell-racks zijn voor een groot deel van 2026 al vergeven. Dat oogt niet als een bubbel die net is geknapt, maar als het middenstuk van een meerjarige investeringsgolf.
Voor Nvidia zelf geldt dat groei niet ten koste lijkt te gaan van winstkwaliteit. Brutowinstmarges rond 75%, operationele kosten die veel langzamer groeien dan de omzet en een model dat verschuift van “we verkopen GPU’s” naar “we leveren complete AI-platforms” (systemen, netwerken, software) wijzen eerder op schaalvoordelen dan op een business die op de limiet draait. Elke extra dollar Data Center-omzet is niet alleen volumineus, maar ook zeer winstgevend. Mocht blijken dat Blackwell-marges inderdaad iets beter uitpakken dan nu in de koers zit, dan is deze earnings-period niet alleen een upgrade voor 2025, maar voor de hele lange termijn winstcurve.
Korte termijn: niveaus, gamma en emoties
Op korte termijn zal de discussie logischerwijs vooral over koersniveaus gaan. Met een after-hours-piek rond 155 dollar en premarket-handel in de 153–154-range, is het logisch dat veel traders nu naar de bandbreedte 160–170 dollar kijken als mogelijke “magnet”. Zeker als optionsdealers aan de bovenkant short gamma komen te zitten en gedwongen worden achter de koers aan te kopen, kan de beweging sneller en steiler worden dan veel spreadsheets je doen geloven.
Kijk je één earningscyclus verder, dan is een scenario waarin Nvidia richting 200+ dollar gaat tot aan de volgende cijfers ineens niet meer puur fantasie. Het blijft afhankelijk van aannames – vooral of de Blackwell-ramp loopt zoals beloofd en marges hoog blijven – maar de combinatie van groei, winstgevendheid en pijplijn maakt het realistisch genoeg om in scenario-analyses mee te nemen.
Tegelijk is het gevaarlijk om te doen alsof de markt verplicht is dat script te volgen. Macro-schokken, nieuwe exportbeperkingen, bottlenecks in energie- of netwerkcapaciteit of een agressieve stap van concurrenten met eigen AI-chips kunnen de curve makkelijk weer kartelig maken. De kern is dat de “baseline” in de hoofden van beleggers is verschoven: van “misschien hebben we de top gezien” naar “de trend is langer en sterker dan gedacht”. Dat is een heel ander startpunt voor waarderingen én voor risicobereidheid.
Een praktische playbook voor verschillende beleggers
Hoe vertaal je dit als Nederlandse belegger naar concrete keuzes, zonder jezelf wijs te maken dat je een glazen bol hebt? Een mogelijke denkkader – geen individueel advies – ziet er zo uit:
Langetermijn-fundamentele beleggers: zie de combinatie Q3/Q4 als bevestiging dat de AI-infrastructuurcyclus waarschijnlijk minstens tot 2026–2027 op hoog toerental blijft draaien. Focus op volumes, backlog, supply-chain, software-inkomsten en klantspreiding; laat je minder gek maken door dagvolatiliteit. Faseer instapmomenten en gebruik diepere dips door geopolitiek of opties als kansen, niet als excuus om in paniek alles te verkopen.
Sectore- en macro-allocators: Nvidia heeft het hele AI-complex een nieuw anker gegeven. Structureel underweight zijn in accelerators, AI-netwerken en aanpalende leveranciers is nu een actieve keuze geworden. Tegelijk blijft concentratierisico reëel: één naam met 5T+ aan marktkap mag nooit de ruggegraat van je hele portefeuille worden. Risicobudgettering en correlatiebeheer zijn minstens zo belangrijk als de inhoud van het verhaal.
Optiehandelaren en korte-termijntraders: iedere Nvidia-earnings is de facto een mini-macro-event. Implied vol, skew en term-structuur vertellen je hoe veel angst en FOMO in de prijs zit. In plaats van naakte calls of puts kunnen constructies met gedefinieerde risico’s – bull call spreads, calendar spreads, diagonalen – slimmer zijn. Respecteer vooral dat gamma-dynamiek de richting snel kan kantelen; wat als een rustige trenddag begint, kan binnen uren een squeeze of flush worden.
Retail “buy the dip”-beleggers: als je bij 188 dollar hebt bijgekocht, bewijst dit kwartal eerder dat je logica klopte dan dat je timing perfect was. De echte vraag is nu: hoeveel procent van je portefeuille mág in één high-beta, high-multiple naam zitten voordat je nachtrust er last van krijgt? Verspreiding over meerdere AI- en halfgeleidernamen of via brede ETF’s is nog steeds verstandiger dan alles op één ticker zetten – zelfs als Jensen’s leren jas legendary memes oplevert.
Risico’s die niet ineens verdwijnen
Een monsterkwartaal maakt de echte risico’s niet magisch ongedaan; het verschuift alleen welke risico’s bovenaan het lijstje staan. Exportregels kunnen verder worden aangescherpt, politieke spanningen kunnen de sector tijdelijk onbruikbaar maken als “veilige haven” en grote klanten kunnen op termijn meer workloads naar eigen chips verschuiven. Daarnaast kunnen heel basale dingen als stroomvoorziening, koeling en datacenterlocaties de snelheid begrenzen waarmee AI-capaciteit daadwerkelijk online komt.
Dan is er nog de simpele wiskunde van omvang. Bij een marktkapitalisatie boven de 5 biljoen dollar hoeft Nvidia geen fouten te maken om een forse correctie te krijgen; “gewoon” iets lagere groeicijfers dan de meest optimistische verwachting of een iets gematigdere guidance kunnen voldoende zijn voor multiplecompressie. Dat betekent dat zelfs in een intacte supercyclus 20–30% drawdowns niet verdwijnen – ze veranderen alleen van signaal: minder “einde van de wereld”, meer “stress-test voor je risicomanagement”.
Een nieuw antwoord op dezelfde oude vraag
We zijn terug bij de vraag uit de titel: wat gebeurde er met Nvidia-aandelen? De korte versie: het aandeel heeft een klassieke sentiment-curve afgelegd. Eerst euforie en een sprint naar 5 biljoen dollar en nieuwe hoogtepunten. Daarna een fase van twijfel, gevoed door China-krantenkoppen, politiek gedoe en options selling, die in november tot een stevige terugval leidde. En uiteindelijk een Q3 FY2026-rapport dat met 57 miljard dollar omzet, 75% marges, agressieve Q4-guidance en een duidelijk uitgesproken 2026–2027-verhaal de twijfel grotendeels van tafel veegde.
De langere versie is interessanter: Nvidia is verschoven van “een AI-verhaal met mooie cijfers ernaast” naar “zware, concrete cijfers die het AI-verhaal afdwingen”. De AI-supercyclus lijkt niet voorbij vóór hij goed en wel begonnen is; hij oogt juist groter en langer dan veel beleggers een jaar geleden durfden te modelleren. Dat betekent niet dat de koers alleen maar recht omhoog gaat, en al helemaal niet dat je risicomanagement bij het grofvuil kan. Maar het betekent wél dat de markt op dit moment een redelijk helder antwoord heeft op de angstvraag “is dit allemaal al voorbij?”: voorlopig niet. Eerder voelt het alsof we halverwege zijn – en Nvidia net het sein heeft gegeven dat de volgende versnelling is ingeschakeld.
U KUNT OOK GEÏNTERESSEERD ZIJN