Het aandeel Thyssenkrupp beleefde in 2025 een achtbaanjaar: enorme stijging vóór de afsplitsing van TKMS en stevige schommelingen erna. Hier vind je alle feiten: koers, gebeurtenissen, staalproblemen, analistentargets en toekomstige katalysatoren.
WAT GEBEURDE ER MET HET AANDEEL NOVO NORDISK NA DE EVOKE-ALZHEIMERSTUDIE
Op 24 november 2025 kregen beleggers in Novo Nordisk – ook in Nederland via brokers als DEGIRO, Saxo en ING – een flinke schok: het bedrijf meldde dat EVOKE en EVOKE+, twee grote fase-3-studies met een orale hoge dosis semaglutide bij vroeg Alzheimer, hun primaire eindpunt niet hadden gehaald. In totaal kregen 3.808 patiënten van 55 tot 85 jaar met milde cognitieve stoornis of milde Alzheimer-dementie twee jaar lang dagelijks 25 mg of 50 mg orale semaglutide of placebo. Doel: ongeveer 20% vertraging van de ziekteprogressie op de CDR-SB-schaal. Het verschil bleek statistisch niet significant, ondanks gunstige trends in sommige biomarkers en een vertrouwd veiligheidsprofiel. De markt aarzelde niet: de koers dook intraday tot ongeveer 12% omlaag, met de ADR rond 42,25 dollar op het dieptepunt en een lichte opleving richting 42,80 dollar. Dit stuk legt in het Nederlands uit wat er precies is gebeurd, hoe de EVOKE-data in de bredere GLP-1-story passen en wat dat betekent voor particuliere en professionele beleggers in Nederland.
Waarom het aandeel Novo Nordisk zo hard onderuit ging
Op de ochtend van 24 november 2025 kwam uit Kopenhagen een bericht dat meteen de risicomodus van de markt activeerde: Novo Nordisk maakte bekend dat EVOKE en EVOKE+, twee fase-3-studies met orale hoge doses semaglutide bij patiënten met vroeg Alzheimer, hun primaire eindpunt niet hadden gehaald. In gewoon Nederlands: het middel wist de achteruitgang van geheugen en dagelijks functioneren niet duidelijk genoeg af te remmen ten opzichte van placebo. Voor de handelssystemen en short-term traders die op het nieuws loeren, is zo’n kop – “fase-3-studie faalt” – voldoende om massaal op de verkoopknop te drukken.
De twee studies samen omvatten 3.808 patiënten van 55 tot 85 jaar met milde cognitieve stoornis of milde dementie door Alzheimer. Deelnemers kregen gedurende twee jaar dagelijks 25 mg of 50 mg orale semaglutide of een placebo. Het primaire doel was ambitieus en helder: een vertraging van de ziekteprogressie, grofweg 20%, gemeten met de Clinical Dementia Rating – Sum of Boxes (CDR-SB). Die schaal kijkt niet alleen naar geheugen, maar ook naar oriëntatie, beoordelingsvermogen, functioneren in de gemeenschap, hobby’s en persoonlijke verzorging. Als semaglutide zich echt als Alzheimer-medicijn had willen bewijzen, had het daar duidelijk beter moeten scoren dan placebo.
Dat gebeurde niet. Op de CDR-SB-schaal bleek het verschil tussen de semaglutide-groepen en de placebogroep statistisch niet significant. Misschien waren er numerieke verschillen, maar ze waren te klein en te onzeker om met vertrouwen te zeggen: “dit is echt effect, geen toeval”. Daarmee viel de poging om van semaglutide een volwaardig Alzheimer-middel te maken – althans in deze opzet – door het ijs. Voor de beurs is dat een binair moment: primaire eindpunt gemist betekent in de praktijk dat de commerciële kansen van zo’n programma nagenoeg tot nul worden teruggebracht.
De koersreactie was fel. Op de beurs in Kopenhagen dook de Novo-Nordisk-aandelenkoers in de vroege handel tot rond de 12% in de min. De in de VS genoteerde ADR’s (ticker: NVO), waar veel Nederlandse beleggers via hun online broker in handelen, zakten naar een intraday dieptepunt rond 42,25 dollar en krabbelden daarna slechts beperkt op naar circa 42,80 dollar. In je AEX-overzicht op je telefoon zag het eruit als een forse rode kaars die in één dag meerdere weken geleidelijke stijging wegveegde.
Tegelijk meldde het bedrijf dat de data niet alleen maar negatief waren. In een aantal biomarkers die met Alzheimer-pathologie en ontsteking samenhangen, bewoog de semaglutide-groep zich in de gewenste richting. Voor onderzoekers is dat interessant, omdat het suggereert dat GLP-1-signalen in het brein wél iets doen. Maar zolang dat zich niet vertaalt naar tastbaar langzamer verlies van geheugen en zelfstandigheid, is het voor artsen, toezichthouders en zorgverzekeraars vooral een voetnoot. De éénjarige extensiefase van de studies wordt dan ook stopgezet; in plaats daarvan worden de volledige data in detail gepresenteerd op de CTAD-conferentie begin december.
Hoe verwachtingen en sentiment elkaar raakten
Opvallend is dat EVOKE en EVOKE+ nooit als “zekere winnaars” zijn verkocht. Integendeel, Novo-Nordisk-topmensen noemden het Alzheimerprogramma openlijk een “lotterijticket”: de kans op een voltreffer is klein, maar het prijsbedrag zou enorm zijn. Ook in de modellen van analisten – waaronder teams bij grote banken – werd de kans van slagen vaak rond de 10% ingeschat. Eventuele Alzheimer-omzetten stonden in de spreadsheets in een optimistisch scenario-tabje, niet in het basisscenario. Toch liet de koersval zien hoeveel fantasie na jaren GLP-1-euforie in de waardering was geslopen.
Nieuws-trigger: krantenkoppen waarin staat dat de fase-3-studies bij vroeg Alzheimer hun primaire eindpunt niet hebben gehaald; dat is bij algoritmes en nieuwsgeoriënteerde handelssystemen meestal een automatisch verkoopsignaal.
Fundamentele impact: de EVOKE-omzetten stonden niet in de basisprognoses, maar wel in de “blue sky”-scenario’s. Met het mislukken van de studie valt die optionele waardelaag in één keer weg.
Positionering: GLP-1-namen zoals Novo Nordisk en Eli Lilly waren wereldwijd drukbevolkte momentumtrades geworden. Als veel partijen in hetzelfde aandeel zitten en er komt een tegenvaller, dan versterkt iedereen elkaars exit.
Context: de mislukte studie valt samen met andere zorgen – afkoelend GLP-1-groeitempo, felle concurrentie, Amerikaanse prijspolitiek, een CEO-wissel en kostenreducties – waardoor beleggers extra prikkelbaar waren voor slecht nieuws.
Op X (voorheen Twitter) doken al snel opmerkingen op dat de reactie “overdreven” leek, omdat geen enkel serieus model Alzheimer als kern van de winstgroei zag. In die lezing is de klap meer een sentimentcorrectie dan een structurele schade aan de winstcapaciteit. De grootste tik was psychologisch: de droom van “semaglutide voor alles” kreeg een reality check.
In de officiële commentaren probeerde Novo Nordisk precies dat onderscheid te maken. De wetenschappelijk directeur benadrukte dat de resultaten bij Alzheimer teleurstellend zijn, maar niets veranderen aan de sterke bewijsbasis voor de bestaande indicaties – type-2-diabetes, obesitas en cardiovasculair risico. De kernboodschap aan beleggers: de kasstroommachines van vandaag draaien door; alleen een speculatieve mogelijke groeimotor over tien jaar is uit het verhaal verdwenen.
Voor Nederlandse beleggers kun je het zo samenvatten: de markt heeft in feite één grote gratis call-optie op Alzheimer uit de koers geprijsd. Het aandeel reflecteert nu vooral weer het “gewone” Novo Nordisk – dominant in GLP-1 voor obesitas en diabetes, maar niet meer de bijna-onbegrensde gezondheidsheld van elk praatprogramma.
Wat de EVOKE- en EVOKE+-studies echt lieten zien
Om te begrijpen waarom EVOKE zo veel aandacht kreeg, moet je even terug naar de wetenschappelijke aanleiding. GLP-1-receptoragonisten zoals semaglutide zijn begonnen als medicijnen tegen diabetes type 2 en groeiden vervolgens uit tot megasellers voor gewichtsverlies. Tegelijk wezen proefdieronderzoek en epidemiologische studies erop dat GLP-1 mogelijk ook neuro-inflammatie en vaatfunctie in het brein beïnvloedt en misschien zelfs de verwerking van amyloïd en tau – twee proteïnen die een hoofdrol spelen in de ziekte van Alzheimer. Dat voedde de hypothese dat een GLP-1-middel als semaglutide het ziekteverloop bij neurodegeneratie zou kunnen vertragen.
EVOKE en EVOKE+ waren Novo Nordisks grote test voor die hypothese. Het waren gerandomiseerde, dubbelblinde, placebogecontroleerde fase-3-studies met strenge inclusiecriteria. Deelnemers waren volwassenen tussen 55 en 85 jaar met milde cognitieve stoornis of milde Alzheimer-dementie, vaak met bevestiging via biomarkeronderzoek (bijvoorbeeld amyloïd-PET of liquoronderzoek). Dit is precies het stadium waarin een ziektemodificerend middel in theorie nog verschil kan maken: klachten zijn al merkbaar, maar de schade is nog niet zo vergevorderd dat elke remmende werking te laat komt.
Na een opbouwfase, bedoeld om de bekende GLP-1-bijwerkingen als misselijkheid en maag-darmklachten te temperen, kregen de patiënten dagelijks 25 mg of 50 mg orale semaglutide of placebo. Die doses liggen duidelijk hoger dan de hogere sterktes van de bekende orale diabetesvariant Rybelsus (tot 14 mg). Novo Nordisk koos bewust voor agressievere doseringen, vanuit het idee: als het mechanisme in het brein moet werken, moet je ook voldoende spiegel behalen, zelfs als dat meer bijwerkingen oplevert.
De beslissende rol van de CDR-SB-eindpunt
Centraal in het ontwerp stond de CDR-SB, voluit Clinical Dementia Rating – Sum of Boxes. Deze schaal combineert de beoordeling van artsen en naasten in zes domeinen: geheugen, oriëntatie, oordeel en probleemoplossing, sociale activiteiten, huishoudelijke activiteiten en hobby’s, en persoonlijke verzorging. Elk domein krijgt een score; bij elkaar levert dat een totaalscore op die in de tijd oploopt naarmate de dementie voortschrijdt. In EVOKE en EVOKE+ moest semaglutide aantonen dat deze score over twee jaar duidelijk langzamer verslechtert dan onder placebo, ruwweg 20% langzamer, en dat met stevige statistische zekerheid.
De topline-resultaten zeggen zonder omwegen: die lat is niet gehaald. De verloopcurves van CDR-SB voor semaglutide en placebo lagen te dicht bij elkaar om een overtuigend voordeel te claimen. In een indicatie waar inmiddels andere middelen bestaan die wel – zij het bescheiden – significante verbeteringen op vergelijkbare schalen laten zien, is dat een knock-out voor een nieuwkomer. Regulatoire autoriteiten en zorgstelsels gaan een middel zonder duidelijk klinisch voordeel simpelweg niet massaal financieren.
Tegelijkertijd meldde Novo Nordisk dat sommige secundaire eindpunten en biomarkers zich positiever gedroegen in de semaglutide-arm. Denk aan markers die met Alzheimer-pathologie, neurodegeneratie of ontsteking samenhangen. Die signalen suggereren dat het GLP-1-mechanisme wel degelijk iets in het brein doet, maar de intensiteit van het effect was binnen de twee jaar looptijd niet groot genoeg om zich te vertalen in merkbaar beter functioneren in het dagelijks leven. Voor de wetenschap opent dat deuren voor vervolgonderzoek; voor beleggers is het vooral de bevestiging dat de commerciële route in deze configuratie dicht is.
Wat veiligheid betreft klinken de data eerder geruststellend dan zorgwekkend. Het bijwerkingenprofiel leek sterk op wat artsen al kennen van diabetes- en obesitasstudies: veelvoorkomende maag-darmklachten, gewichtsverlies, soms uitval door intolerantie, maar geen geheel nieuwe clusters van ernstige problemen. Voor de kernindicaties van semaglutide is dat belangrijk: EVOKE verandert niets aan de risico-batenbalans van de bestaande GLP-1-producten waar de huidige omzet vandaan komt.
Populatie: 3.808 patiënten met vroege Alzheimer (milde cognitieve stoornis of milde dementie) tussen 55 en 85 jaar, een typisch cohort voor ziektemodificerende trials.
Interventie: dagelijkse orale semaglutide in hoge doses van 25 mg of 50 mg versus placebo, na een zorgvuldige opbouw om bijwerkingen te beperken.
Looptijd: twee jaar kernstudie met oorspronkelijk geplande éénjarige extensie – die extensie wordt stopgezet na de mislukte primaire uitkomst.
Primair eindpunt: vertraging van de verslechtering op de CDR-SB-schaal met ongeveer 20%; statistisch niet behaald, ondanks sommige gunstige numerieke trends.
Biomarkers en veiligheid: positieve beweging in enkele biomarkers, veiligheidsprofiel vergelijkbaar met bekende GLP-1-data, geen nieuwe rode vlaggen voor de bestaande indicaties.
Waarom mislukte deze zorgvuldig opgezet studie dan toch? Waarschijnlijk is er niet één simpele reden. Het kan zijn dat zelfs hoge orale doses niet voldoende semaglutide in de hersenen krijgen. Het kan ook zijn dat GLP-1-biologie vooral relevant is voor metabole en vasculaire risicofactoren, en minder voor de kern van de Alzheimer-cascade zelf. Misschien was zelfs een periode van twee jaar nog te kort om een klinisch relevant effect zichtbaar te maken. De eerlijkste conclusie op dit moment: Alzheimer blijft een extreem taaie ziekte, en zelfs grote farmabedrijven met miljardenbudgetten kunnen daar niet zomaar doorheen breken.
Voor het onderzoeksveld zelf zijn EVOKE en EVOKE+ toch waardevol. De data geven harde grenzen aan wat een GLP-1-middel in deze setting wel en niet kan. Andere bedrijven en academische groepen zullen de subanalyse nauwkeurig uitpluizen: zijn er subgroepen (bijvoorbeeld op basis van leeftijd, metabole status of APOE4-genotype) waar het effect iets sterker was? Kun je GLP-1 misschien beter combineren met andere mechanismen? Voor de gemiddelde belegger zijn dat secundaire vragen; voor de wetenschappelijke gemeenschap zijn het bouwstenen voor de volgende generatie studies.
Voor Novo Nordisk en zijn aandeelhouders is de conclusie directer: de Alzheimer-tak met orale semaglutide levert geen nieuwe omzetpijler op. De toekomst van het bedrijf blijft daarom vooral leunen op de bestaande en toekomstige obesitas- en diabetesproducten en op cardiometabole combinaties. Het idee dat semaglutide een soort “platform voor álle grote ziekten” zou worden, is een stukje naar beneden bijgesteld. Dat is niet het einde van de GLP-1-story, maar wel het einde van één van de meest ambitieuze hoofdstukken daarin.
Wat EVOKE betekent voor Novo-Nordisk-beleggers
Voor beleggers – of je nu via Euronext, Nasdaq of een Nederlandse online broker in Novo Nordisk zit – is EVOKE in essentie het wegvallen van een speculatieve groeilaag, niet het instorten van de fundamenten. De meeste analisten hadden Alzheimer-omzet alleen in optimistische scenario’s tegen lage kans van slagen ingetekend. Nu duidelijk is dat de studies hun primaire doel niet haalden, kan die regel uit het spreadsheet. De kasstromen uit de GLP-1-middelen voor obesitas en diabetes, die vandaag de winst domineren, blijven in grote lijnen hetzelfde verhaal vertellen.
Dat betekent niet dat de timing onbelangrijk is. EVOKE valt in een fase waarin de hele GLP-1-thema trade het moeilijker krijgt. Groeipercentages dalen van “hijgend achter de vraag aan” naar “hoog maar normaliserend”, er wordt nog steeds gewerkt aan het wegwerken van productieknelpunten, concurrent Eli Lilly rukt stevig op met eigen blockbuster-middelen, en politieke druk op geneesmiddelenprijzen neemt toe – zeker in de VS, maar ook in Europa. Daar bovenop komen een CEO-wissel en herstructureringen met banenreducties bij Novo Nordisk zelf. In zo’n atmosfeer fungeert een mislukte Alzheimer-studie als vonk in een vat met al aanwezige twijfels.
De GLP-1-story opnieuw kalibreren
Lange tijd was Novo Nordisk het schoolvoorbeeld van een bijna perfecte groeiaandeel: GLP-1-medicijnen zorgden voor spectaculair stijgende omzetten, elk nieuw onderzoeksresultaat breidde de adressabele markt uit, en beleggers waren bereid een royale premie te betalen voor het idee dat GLP-1 een soort “supercategorie” zou worden. In die periode ontstond een breder narratief: semaglutide en consorten zouden obesitas, diabetes, hart- en vaatziekten, nieraandoeningen, leververvetting, slaapapneu én misschien zelfs verslaving en Alzheimer te lijf gaan.
EVOKE dwingt tot herijking. De bull-case blijft indrukwekkend: obesitas is wereldwijd enorm onderbehandeld, semaglutide heeft sterke data voor gewichtsverlies en verbetering van cardiovasculaire uitkomsten, en orale varianten kunnen de drempel voor gebruik verder verlagen. Novo Nordisk heeft schaal, merkbekendheid en distributievoorsprong opgebouwd die niet van de ene op de andere dag verdwijnen. De bear-case wijst erop dat extreem hoge groeipercentages niet eeuwig vol te houden zijn, dat concurrenten sterker worden, dat overheden grenzen stellen aan prijsstijgingen en dat de “alleskunner”-fantasie rond GLP-1 nu zichtbaar aan slijtage onderhevig is.
Ben je vooral ingestapt vanwege de bestaande cashflows uit obesitas en diabetes, dan is EVOKE eerder een sentimentklap dan een fundamentele breuk. De vraag blijft groot en de producten zijn ingeburgerd.
Heb je Novo Nordisk gekocht als “GLP-1-voor-alles”-story, inclusief Alzheimer, dan is dit een signaal om je verwachtingen over pipeline-optie en toekomstige indicaties nuchter te herijken.
Ben je trader, dan laat deze gap-down zien hoe snel overvolle thema’s in elkaar kunnen klappen zodra een belangrijke trial tegenvalt – en hoe hard stop-losses en momentumstrategieën daarop inhakken.
Sta je nu aan de zijlijn en kijk je naar het aandeel, dan kan de correctie een instapmoment lijken. Maar je koopt dan wel een aandeel dat blijft meebewegen met politieke, competitieve en hype-gevoelige risico’s rond GLP-1.
Praktische checklist voor Nederlandse beleggers
In plaats van te proberen het absolute dieptepunt te raden, is het zinvoller om na EVOKE een eigen checklist te maken. Korte termijn: kijk wat Novo Nordisk op de CTAD-conferentie begin december precies laat zien. Zijn er subgroepen waar wél iets meer effect lijkt te zijn? Wordt er nog gesproken over vervolgonderzoek of combinatiestudies? Dat is inhoudelijk interessant, maar waarschijnlijk geen gamechanger voor de koers; de markt heeft EVOKE in de basis al afgeschreven.
Belangrijker voor je lange termijnrendement zijn klassieke drivers: de groei van voorschriften voor Ozempic, Wegovy en de nieuwe orale semaglutide-varianten; de snelheid waarmee productiecapaciteit meegroeit; de prijsonderhandelingen met zorgverzekeraars en overheden; de commerciële voortgang van concurrenten; en de vraag of Novo Nordisk erin slaagt zijn R&D-budget productief in te zetten in de volgende generatie obesitas- en cardiometabolische middelen. Dat zijn de variabelen waar de komende jaren de meeste waarde gewonnen of verloren wordt.
Specifiek voor Nederlandse beleggers spelen ook praktische keuzes: koop je de Deense notering in kronen via Euronext, of de Amerikaanse ADR in dollars? Hoe ga je om met valuta-exposure ten opzichte van de euro? Welk gewicht krijgt één thema-aandeel als Novo Nordisk in je totale portefeuille, naast bijvoorbeeld brede ETF’s en andere sectoren? EVOKE herinnert eraan dat zelfs bij een bedrijf met zeer sterke producten pipeline-risico’s rechtstreeks in de dagkoers kunnen inslaan.
De diepere les uit EVOKE is dat risicovolle R&D-projecten aan de beurs nooit helemaal “gratis opties” zijn. Ook als analisten formeel geen omzet modelleren, sluipt het verhaal over mogelijke doorbraken langzaam in presentaties, podcasts en sociale media. Met elke nieuwe hypepost over “GLP-1 als oplossing voor alles” wordt dat loterijticket een klein beetje meer ingeprijsd. Op de dag dat de trial dan tegenvalt, wordt die verborgen premie in één klap weggevaagd – precies wat je nu in de koers hebt gezien.
Deze tekst is geen individueel beleggingsadvies, maar een poging om de schrikreactie rond EVOKE in perspectief te plaatsen. Of je na deze correctie Novo Nordisk wilt kopen, houden of verkopen, hangt af van je risicobereidheid, je horizon en je overtuiging over de GLP-1-structuurtrend. In de taal van de meme-traders: de “side quest” Alzheimer is voorlopig gefaald, maar de “main quest” obesitas en diabetes loopt door – alleen tegen een iets minder sprookjesachtige waardering dan vóór 24 november.
U KUNT OOK GEÏNTERESSEERD ZIJN